Dinsdag 2 januari

De wekker staat weer vroeg want we moeten op tijd uit checken om onze volgende vlucht te nemen naar Sandakan. Daar aangekomen worden we opgewacht door onze gids, doen we weer een rondje inefficient achter elkaar plassen voor we de flinke bus instappen waar alleen wij inzitten. We worden afgezet bij een hotel voor een buffetlunch met nog wat andere reisgezelschappen en gaan daarna door naar de Labuk Bay Proboscis Monkey Sanctuary.

De bus moet nog een flink stuk over een hobbelige weg door een palmolieplantage waar dan ineens in the middle of nowhere een slagboom huisje is waar we 10 RM moeten betalen voor de camera van Cas en dan lopen we een stukje over een boardwalk naar platform A waar de knappe neusapen om 14.30 gevoerd worden. We zijn ruim op tijd en moeten dus nog even wachten voordat de apen gevoerd worden. Er zitten al een paar apenmannetjes rondom het platform te wachten als een stel oude kereltjes met een vervreemdende menselijke blik en houding. Ook hun geslachtsdelen, rode glanzende rietjes, worden uitgebreid tentoongesteld door de loungende mannetjes. Als de man met de grote mand met eten komt worden de apen wat onrustig en stormt er ook af en toe eentje door het viewing platform met overkapping waar we als mensen naar de apen zitten te kijken. Toch ook wel een beetje spannend en nu snappen we waarom er wat mannen met stokken een beetje de wacht staan te houden. Niet om ze te slaan hoop ik, maar om een beetje herrie mee te maken en ze op afstand te houden. Er wordt flink en in rap tempo gevroten. Op een gegeven moment zijn alle mannetjes uit het zicht verdwenen en zitten er alleen nog maar vrouwtjes en kleintjes de restjes op te peuzelen.

Hoewel je de apen met dit ‘voerschema’ niet helemaal in hun natuurlijke habitat aantreft, kun je ze zo wel heel mooi van dichtbij bekijken en is het prijs schieten qua foto’s en filmpjes. Het wordt ons niet helemaal duidelijk hoe deze sanctuary bijdraagt aan het behoud en welzijn van de apen of dat het vooral bestaat om toeristen een fotogelegenheid te bieden. Nu we er toch zijn nemen we uitgebreid de tijd en als we klaar zijn gaan we weer met de bus op pad. De bus brengt ons nu bij het Sabah Hotel Sandakan waar Cas en Dries jaren geleden als kind ook al van de glijbaan in het zwembad zijn geroetsjd. Het is weer ff puzzelen en onderhandelen hoe de kamers ingedeeld worden, maar uiteindelijk heeft iedereen een slaapplek. Dries duikt onder de wol en de rest vermaakt zich in of bij het zwembad tot het tijd is om te eten. Bij het restaurant waar verder nog maar 1 of 2 andere tafels bezet zijn (in schril contrast tot het Shrangri La hotel een paar dagen eerder dat nokkievol zat) ligt keurig een menukaartje voor ons klaar. Ons ‘setmenu’ bestaat uit een cream of mushroomsoepje vooraf, gevolgd door een keuze uit chicken chop, lamb chop, fish & chips en spaghetti Napolitana. Richting het einde van de maaltijd schuift ook Dries aan die toch ook maar even een bordje spaghetti tot zich neemt. Als toetje krijgen de we een immense bol ijs of een bordje papaya en watermeloen. Daarna gaan we weer naar de kamer om de boel weer opnieuw in te pakken zodat we alles voor 1 nachtje in 1 tas hebben en gaan we weer lekker op tijd naar bed.

Woensdag 3 januari

We ontbijten bij een wat bescheidener ontbijtbuffet dan bij Shangri La, maar wel mét egg station. Ondertussen zien we een flinke monitor lizard een dipje nemen in het zwembad en kunnen we er later nog even goed van dichtbij bekijken als de egg station chef hem wat kaas toewerpt (hoe gezond dat voor ‘m is vraag ik me af). Na het ontbijt worden we weer met de bus en onze gids Fernando (van Philippijnse afkomst) opgewacht om naar boat jetty te gaan. Onderweg vraagt onze gids nog even of we regenkleding mee hebben. We rennen nog even om de hoek om een stapel poncho’s te scoren voor iedereen die geen regenjas heeft in een fantastische supermarkt met boven een soort Zeeman met stapels allerhande spullen: van gummen, tot zonnebrillen, poncho’s en nagelknippers. Bij de jetty aangekomen kunnen we nog net droog van de bus naar de overkapping lopen voordat de hemels openbarsten. Helaas blijkt te laat dat je onder de overkapping niet echt droogblijft en de onderkant van de North Face tas verre van waterdicht is. We wachten nog best wel lang, wellicht tot het weer en de zee wat rustiger is.

Als we eenmaal vertrekken richting Turtle Island zitten we als een stel zielige plastic gele Pino’s op de boot waar we een uur later vrij nat aankomen. We worden richting ons huisje gebracht, waar 7 tweepersoonskamers in zitten, om de boel even te kunnen uithangen voor we naar het restauranthuisje gaan voor de lunch. Het oogt schoner dan onze kamer bij het Bubbles Dive resort op de Perhentians, maar de toiletten blijken bij meerdere kamers niet door te spoelen en ook de douche doet het niet overal of alleen met koud water. De lunch wordt wederom als buffet aangeboden en we scheppen weer van alles op. Behalve wij zijn de enige andere gasten op het eiland een stel oudere dames. Verder is er niemand. Er is verder ook niets waar je drankjes kunt bestellen of een winkeltje waar je souvenirs of zo kunt kopen. Wel hangt er een tv waar het personeel allerlei expliciete videoclips of afspeelt en is er een spelletjes tafel waar een congkak bord staat, dus vermaken Lexa en ik ons daar even mee. Ze voelt zich echter ook steeds minder lekker en na een korte snorkeltocht met gehuurde spullen duiken Cas en Lexa weer hun bed in. Dries lag er al ook al in. Er is onder water wat minder kleurrijks te zien dan op de Perhentians en het is ook een stuk ondieper, waardoor je goed moet opletten om het koraal niet te raken. Uiteindelijk vinden we nog wel een zeeanemoon met een ieniemienie Nemo en zijn papa, maar verder is het wat minder kleurrijk. Dat kan natuurlijk ook voor een deel komen doordat het zo woest geregend heeft: het is best ‘bewolkt’ onder water.

Als we klaar zijn met snorkelen lopen we nog even langs de turtle hatchery waar we een hatchling vinden die met zijn koppie vast zit in het hek. We zoeken of er iemand is die ons kan helpen maar er is niemand te vinden. Uiteindelijk vragen we de mannen die verderop aan een huisconstructie zitten te bouwen om hulp en komt er een man met bungelende peuk uit zijn mondhoek voor ons de hatchery inlopen die de babyschildpad uit het net haalt en aan ons geeft. Tja.. Zullen we ‘m dan maar in de zee vrij laten? We lopen met Olle, Sietse en Ali en ons babyschildpadje naar de zee waar een man ons tegemoet komt lopen en het schildpadje overneemt. Hij zet ‘m neer in de branding maar komt door de stroming niet goed weg. De man pakt hem weer op en zet ‘m even een stukje verderop opnieuw in de branding. Nu lijkt het wat beter te lukken. Ik heb als enige mijn snorkelspullen nog aan en grijp de kans om een stukje met ‘m mee te zwemmen. Hij lijkt wel heel verzwakt en blijft best dicht onder de oppervlakte om steeds eventjes met zijn koppie bovenwater adem te halen en dan weer een paar sparteltjes te doen met zijn voorvinnen. Als ie over de lijn gezwommen is die het snorkelgedeelte afbakent moet ik hem alleen laten en kunnen we alleen het beste er van hopen. Zo in zijn eentje, overdag, en verzwakt als ie is, geven we ‘m weinig kans, maar wie weet. Na dit avontuur ga ik nog even bij Lexa op de kamer een powernapje doen, waar Lexa al met rode koortswangetjes in bed ligt te kuchen. Ook Caspar ligt als een hoopje ellende in bed. Aan het einde van de middag kijken we nog even naar de mooie luchten rond het eiland voor het tijd is voor de informatieronde door onze gids. We worden een soort ijskoude airco tent in geleid waar wat informatie aan de muur hangt over de verschillende eilanden in Maleisië, rond Borneo en de Turtle eilanden groep zelf. Als de stroom uitvalt in de tent en dus ook het licht en de AC, stopt de toelichting van onze gids abrupt en worden we weer naar buiten geleid. We turen wat naar het afgebakende stuk met alle ingegraven schildpadnestjes en worden dan weer naar het restaurant geleid voor het eten, wat weer scheppen uit bakken is. Het smaakt prima, maar is ook weer niet heel bijzonder en het personeel is vooral bezig met tv kijken. Na het eten wordt ons verteld dat we niet meer naar de kamers mogen, maar dat we in het restaurant moeten blijven wachten tot er een moeder turtle wordt gespot waar we kunnen gaan kijken terwijl ze haar eieren legt. Uit de informatie op het scherm boven de ingang maken we op dat het de afgelopen dagen rond een uur of 9 was. Voor Dries, Caspar en Lexa, die zich steeds beroerder lijken te voelen, wordt het uiteindelijk een hele lange zit, of eigenlijk, lig: Caspar ligt als een hoopje ellende op een rijtje eettafelstoelen buiten op het terras. De rest probeert zichzelf een beetje te vermaken met 30 seconds en ezelen. Ondertussen zijn de videoclips die het personeel op de tv bekijkt steeds minder appropriate voor kinderen. We vragen dan toch maar even vriendelijk of er iets anders op mag, en krijgen de afstandsbediening. De kleine meneertjes zetten vervolgens Mr. Bean op, wat blijkbaar nog steeds heel grappig is, ook de twee oudere dames kijken mee. Als het tegen 11 uur begint te lopen besluit Lexa met een gloeiend hoofdje dat ze het echt niet langer meer kan opbrengen en we zoeken de gids even om dat te laten weten. Die reageert met dat als het 11 uur is en er nog steeds niets gespot is, dat we het programma dan omdraaien: eerst de schildpadjes vrijlaten en dan pas een moeder zien eieren leggen. Allemaal best.. het is vooral allang bedtijd voor kinderen en griep-patiënten. Nou vooruit, ineens is er toch actie op het strand. Hup hup, we banjeren er in het donker naar toe, en volgen de grote witte zaklamp van de gids. Het hele strand zit vol kuilen, die, zo blijkt later, gemaakt zijn door ‘nesting mother turtles’. We staan uiteindelijk met zo’n vijftien man om een bevallende schildpad heen, die vrij snel weer stopt met eieren leggen. Hmm, wellicht hebben we haar dan toch gestoord met onze grote groep met witte zaklampen en gestamp. Volgens de gids valt dat wel mee, de moeders gaan in een soort trance als ze de eieren leggen en trekken zich weinig aan van geluid. Ondertussen is een andere schildpad gespot die ook bezig is eieren te leggen waar we naar toe lopen. Het is pikdonker en omdat de gidsen de witte zaklampen gebruiken is het ook moeilijk verder nog wat in het donker te zien. Vlak naast ons horen we allerlei woeste geluiden van onder meer brekende takken: daar is nog weer een andere moeder bezig zich een weg naar een mooi nestje te banen. Het nestje van de moeder waar we omheen staan wordt bijgeschenen en we zien prachtig ronde flexibele ping pong balletjes het nestje in floepen. Als ze klaar is, blijkt ze er zo’n 100 afgeleverd te hebben en zit er geen één meer in het nestje. De eitjes worden allemaal meegenomen naar de hatchery om te voorkomen dat het nest wordt geplunderd door roofdieren óf mensen die de eieren opeten. De moederschildpad rust nog even uit en in die tijd wordt ze gecheckt op wondjes en aangekoekte ‘zeepokken’ (barnacles). Ook wordt gecheckt of ze al getagd is. Tot grote verrukking van de ranger is het een new mother: “You’ve hit the jackpot, now you can get to see her get tagged!”. Ze krijgt twee flinke ‘oormerken’ in haar voorvinnen geschoten en stribbelt bij beiden duidelijk tegen. De ranger probeert ons gerust te stellen: als ze het niet prettig gevonden had, dan zouden ze ook niet terugkomen, terwijl met grote regelmaat komen er getagde moeders terug naar het eiland om een nieuw nestje te leggen. Maar, misschien weten ze gewoon niet beter dan hier naar toe terug te komen, omdat ze – net als postduiven – via magnetoreceptie (ja zoek die maar even op) vanzelf weten waar ze weer naar toe moeten.

Als moeders dubbel getagged is, gaan we weer terug naar de hatchery waar we een mandje baby schildpadjes ophalen die uitgezet moeten worden. De ranger legt nog even uit hoe de hatchery werkt en wat ze precies bij elk nestje op het bordje noteren. Als het tijd is om de schildpadjes uit te zetten is bij Lexa toch echt de koek op en gaat ze lekker haar bedje op zoeken. De rest gaat met de ranger en gidsen mee naar het strand. Waar bij de Perhentians er bij de toeristen heel expliciet op werd aangedrongen om zachtjes te praten, de instructies van het personeel op te volgen en onder geen beding wit licht te gebruiken, enkel rood licht, en dat niemand een schildpadje mag aanraken, blijft dat hier allemaal achterwege. De mand wordt op een random stukje strand voorzichtig omgekiept en vervolgens moeten de kleine spartelaartjes zich een weg naar de zee zien te vinden. Op de Perhentians hadden ze een soort pad voor ze afgebakend met twee flinke buizen zodat ze eigenlijk alleen maar richting de zee konden. Hier gaan ze alle kanten op en als je niet uitkijkt (in het donker) spartelen ze zomaar pardoes over je voeten, of zelfs er onder. Je moet ze dus soms zien op te pakken en de andere kant op dirigeren als ze de hele verkeerde kant op gaan. Als het er op lijkt dat ze allemaal de zee hebben bereikt, is het de bedoeling dat we weer – in het donker – terug gaan. Dan blijkt dat nog niet alle schildpadjes helemaal de zee in zijn en verdwijnt er bijna eentje onder Ali’s voet, als ze niet had gevraagd even bij te schijnen. Commotie alom, en na een lange avond, is het dan eindelijk tijd voor bed!

2 thought on “Borneo – Sandakan & Turtle Island”
  1. Weer een fantastisch, kleurrijk verhaal ondanks de grote ziekenboeg. De neusapenfoto’s waren de RM 20 cameracharge meer dan waard.

Leave a Reply to Adriaan Cancel reply